Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Inleiding

Omschrijving (toelichting)

Een verbonden partij is volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is:
• een bedrag dat aan de verbonden partij ter beschikking is gesteld en niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat;
• of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Een bestuurlijk belang is zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht. 

Verbonden partijen zijn onmisbaar voor de uitvoering van bepaalde gemeentelijke taken. Als de schaal van een gemeente te klein is om een taak goed te kunnen uitvoeren, is onderbrengen van die taak bij een verbonden partij vaak de aangewezen oplossing. Door schaalvergroting bereikt een gemeente een hogere graad van specialisatie, kunnen kosten bespaard worden en is de continuïteit beter te garanderen.

Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang. De gemeente blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor het behalen van de beoogde doelstellingen van de beleidsprogramma’s waar de verbonden partij in meer of mindere mate aan meewerkt. De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de verbonden partijen meewerken aan de doelstellingen in de programma’s.

In 2025 is de nota Regionale samenwerking en verbonden partijen geactualiseerd. Deze nota Regionale samenwerking en verbonden partijen geeft kaders voor het aangaan van en sturen op samenwerkingsverbanden. In de geactualiseerde nota staan de vernieuwde visie, doelstellingen en uitgangspunten voor regionale samenwerking en het werken met een prioritering van bestaande samenwerkingen. Ook zijn wetswijzigingen doorgevoerd.

Risicoprofielen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Risicoprofielen

Deelname aan een verbonden partij heeft voor de gemeente niet alleen voordelen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Zoals financiële risico's, bestuurlijke risico's, reputatie- en afhankelijkheidsrisico’s. Daarom maken wij van de verbonden partijen een risicoanalyse. Op basis van de risicoanalyse zijn de verbonden partijen ingedeeld in verschillende pakketten. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel belang bij een verbonden partij, des te intensiever de sturing op de verbonden partij en de informatievoorziening aan de gemeenteraad nodig is.

Om te komen tot sturing die recht doet aan de omvang en risico’s van de verbonden partij, zijn er drie pakketten: (1) het Basispakket; (2) het Pluspakket; en (3) het Pluspluspakket.
Op basis van het financiële en bestuurlijke belang en risicobepaling, zijn de verbonden partijen geplaatst in één van de pakketten. Dit gebeurt op basis van het hieronder weergegeven model.

1.    Verbonden partijen die op beide vlakken laag scoren én partijen die slechts op één vlak gemiddeld scoren, worden ingedeeld in het Basispakket.
2.    Verbonden partijen die op beide vlakken gemiddeld scoren én partijen die slechts op één vlak hoog scoren, worden ingedeeld in het Pluspakket.
3.    Tot slot worden de verbonden partijen die op beide vlakken hoog scoren, ingedeeld in het Pluspluspakket.

Bij het Basispakket is de informatievoorziening en de verantwoording net zoals de reguliere planning- en controlcyclus. Bij het Plus- en Pluspluspakket is er een hogere frequentie van overleg en rapportages.

 

 

 

Op basis van de risicoanalyse zijn de onderstaande risicoprofielen aan de verbonden partijen toegekend.

Excel-tabel

Overzicht risicoprofiel verbonden partijen Risicoprofiel
Basis Plus PlusPlus
Gemeenschappelijke regelingen
Uitvoeringsorganisatie BBS BBS
Regionale uitvoeringsdienst Utrecht RUD
Regionale ICT Dienst Utrecht RID
Veiligheidsregio Utrecht VRU
Regionaal Werkvoorzieningsschap Amersfoort eo RWA
Gemeenschappelijke Geneeskundige Dienst regio Utrecht GGDrU
Reinigingsbedrijf Midden Nederland RMN
Afvalverwijdering AVU AVU
Vennootschappen
NV Bank Nederlandse gemeenten BNG
Vitens NV
Amfors Holding BV
Stichtingen
St. Openbaar onderwijs Eem Vallei Educatie STEV

Van de verbonden partijen met een Pluspakket-profiel, worden de risico’s hieronder verder toegelicht.  
 
Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen Baarn, Bunschoten, Soest (BBS)
BBS heeft geen eigen vermogen om tegenvallers zelf op te vangen. De solvabiliteit is 0%. Het gevolg is dat deelnemende gemeenten er steeds voor moeten zorgen dat BBS over voldoende middelen beschikt om tijdig aan haar verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen en goede dienstverlening te kunnen blijven bieden.

Daarnaast benoemt BBS in de ontwerpbegroting 2025 de krappe arbeidsmarkt als hoog risico. Onvoldoende bezetting zou kunnen leiden tot oplopende wachttijden en/of extra inzet van (duur) extern personeel. Om dit risico te beheersen werkt BBS aan een nieuwe website gericht op werving, nauwe contacten met hogescholen en maken ze afspraken met detacheringsbureaus over overname.

In 2024 is de bestuursopdracht voor de nieuwe uitvoeringsorganisatie BBS bekrachtigd. Het streven is dat de nieuwe uitvoeringsorganisatie per 1 januari 2026 staat. In 2025 vindt uitwerking plaats en besluitvorming ten aanzien van de governance en  organisatie-inrichting. Mogelijke risico's zijn gelegen in de besluitvorming en instemming van gemeenschappelijke raden en ondernemingsraden, beschikbaarheid van tijd en middelen.


Regionale ICT Dienst Utrecht (RID)
De RID ziet een toename van het aantal risico's op een aantal onderdelen voor de deelnemers en neemt deze op in hun risicoparagraaf in de jaarrekening. Belangrijkste risico’s voor Baarn zijn:

  • Beperkt weerstandsvermogen RID:
    Het weerstandsvermogen mag maximaal 10% van de apparaatskosten bedragen, maar de weerstandscapaciteit is nu beperkt (alleen Algemene Reserve circa € 113.000). Hierdoor is de RID bij grote incidenten afhankelijk van (extra) bijdragen van deelnemers en/of lenen.
  • Cybercrime (hoog impact, structureel restrisico):
    Cyberincidenten kunnen dienstverlening acuut stilzetten en leiden tot hoge herstelkosten. Voor RID-gemeenten (samen >200.000 inwoners) worden de herstelkosten ingeschat op € 3.000.000 met 20% kans → € 600.000 risicobedrag. De RID heeft geen eigen reserve hiervoor; er wordt verwezen naar risicoreserves bij de deelnemers.
    Voor Baarn betekent dit:
      1. risico op verstoring van gemeentelijke dienstverlening
      2. mogelijke financiële bijdrage bij incident/extra maatregelen.
  • Compliance/AVG/BIO (boeterisico en herstelkosten): risico op niet-naleving van licentievoorwaarden, AVG en BIO. Maatregelen zijn ingericht (o.a. FG, bewustwording, BIO-processen en ISAE3402-toetsing). De tekst noemt een mogelijke boete van 2–4% van de opbrengsten (indicatie € 227.000–€ 453.000), maar schat de kans op een hoge boete laag en hanteert voor het risicobedrag € 45.000.
  • Renterisico (financieringslasten): omdat de RID investeert en moet lenen, bestaat risico dat rente hoger uitvalt dan geraamd. In de kadernota is het rentepercentage al verhoogd naar 3%; bij nog 1% extra stijging wordt de impact geraamd op € 52.000. Hogere rentelasten kunnen doorwerken in de deelnemersbijdrage.
  • Arbeidsmarktrisico (continuïteit en kosten): krapte op de ICT-arbeidsmarkt kan leiden tot langdurig openstaande vacatures en meer (duurdere) inhuur om dienstverlening te continueren, in overleg met deelnemers. Dit kan resulteren in hogere kosten/bijdragen.

Door de waargenomen organisatorische en financiële ontwikkelingen te plotten binnen de risicomatrix valt te concluderen dat het verstandig is om het RID het Pluspakket risicoprofiel te geven. Met deze waardering kan er de noodzakelijke extra aandacht en sturing ontstaan om tot verbetering te komen.


Regionale werkvoorzieningsschap Amersfoort (RWA)
In de RWA Meerjarenbegroting 2025 - 2028 is een analyse van de mogelijke risico's gemaakt om de stabiliteit in het resultaat te verbeteren en de sociale doelstellingen nu en op lange termijn te behalen. De twee hoogste risico's hierbij genoemd zijn: 1. de bezuinigingen als gevolg van daling van het Gemeentefonds, waardoor de omzet vanuit de deelnemende gemeenten onder druk komt; 2. De stijgende energieprijzen die effect kunnen hebben bij afloop van lopende energiecontracten. 

Daar waar de risico’s beïnvloedbaar zijn, heeft RWA/Amfors de bedrijfsvoering zo ingericht dat de kans dat ze zich voordoen zo klein mogelijk wordt gehouden. Voor de niet of nauwelijks te beïnvloeden risico’s, die met name in het domein van de Rijksoverheid liggen, vindt continu lobby vanuit de branchevereniging Cedris en de VNG plaats.


Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN)
In 2025 stonden de kosten bij RMN onder druk, met name door hogere personeelskosten als gevolg van CAO wijzigingen, ziekteverzuim, arbeidsmarktkrapte en de inzet van extern personeel tegen hogere tarieven. Daarnaast leidde de vertraagde vervanging van het wagenpark tot hogere onderhoudskosten door langer gebruik van bestaand materieel. Ook de brandstofkosten lagen gemiddeld hoger dan begroot en bleven gedurende het jaar schommelen. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een stijging van de gemeentelijke bijdrage aan RMN. Gedurende het jaar is ingezet op kostenbeheersing en optimalisatie van de uitvoering.

Excel-tabel

Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen Baarn, Bunschoten, Soest (BBS)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen Baarn, Bunschoten, Soest (BBS)

Omschrijving (toelichting)

Doel
Uitvoeringsorganisatie BBS (Baarn, Bunschoten, Soest) voert voor de drie gemeenten de wettelijke en uitvoeringsgerichte taken binnen het sociaal domein uit. Het gaat daarbij om:

  • Werk & Inkomen: Tijdige en correcte uitvoering van inkomensregelingen en begeleiding naar werk volgens de Participatiewet.
  • Participatie & Inburgering: Bevorderen van maatschappelijke en economische participatie, uitvoering van inburgeringstrajecten en begeleiding van inwoners uit het doelgroepenregister.
  • Zorgadministratie & Sociale Teams: Ondersteuning van zorgregie, administratieve verwerking van Wmo- en Jeugdkosten en ondersteuning van lokale teams.
  • Ondersteuning & Dienstverlening: Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand, minimaregelingen en uitvoering van overige sociale voorzieningen.

Deelnemende partijen
Baarn, Bunschoten, Soest

Bestuurders
Algemeen bestuur: Wethouder M. Eijbaard.

Financiële ontwikkeling
In 2025 bedroegen de totale lasten van BBS € 18.300.000, waarmee de uitgaven circa € 2.500.000 hoger uitkwamen dan begroot. Deze stijging wordt grotendeels verklaard door hogere personeelslasten als gevolg van een toegenomen werklast, ziekteverzuim en extra inhuur, aangevuld met hogere materiële kosten voor onder meer ICT en bedrijfsvoering. De lasten zijn volledig gedekt door bijdragen van de deelnemende gemeenten; het resultaat over 2025 is nihil.

De bijdrage van de gemeente Baarn aan BBS bedroeg in 2025 afgerond € 12.900.000 aan totale lasten, verdeeld over de vier programma’s Inkomen, Participatie & Inburgering, Zorgadministratie & Sociale Teams en Ondersteuning. Ten opzichte van de begroting is sprake van een overschrijding, met name binnen het programma Inkomen en bij de personeelskosten.

Kijkend naar de bijdrage per programma voor BBS als geheel bestaat het financiële beeld uit:

  • Programma Inkomen: circa € 3.500.000 aan apparaatslasten (voornamelijk personeelskosten);
  • Programma Participatie en Inburgering: circa € 2.700.000;
  • Programma Zorgadministratie en Sociale Teams: circa € 7.700.000, het grootste kostenonderdeel;
  • Programma Ondersteuning: circa € 4.400.000.

De financiële ontwikkeling in 2025 laat daarmee een duidelijke druk op de uitvoering zien, passend bij de toenemende vraag naar dienstverlening en de voorbereidingen op de overgang van BBS naar Eemkracht per 1 januari 2026.

Inhoudelijke ontwikkeling
In 2025 stond BBS inhoudelijk in het teken van continuïteit van dienstverlening onder toenemende druk en de voorbereiding op de transitie naar Eemkracht. Over alle programma’s was sprake van een groeiende en complexere doelgroep, met name binnen Werk & Inkomen en Inburgering. Dit vroeg om intensievere begeleiding en maatwerk voor inwoners. Tegelijkertijd bleef BBS inzetten op uitstroom naar werk, preventie en vroegsignalering, onder andere via versterkte samenwerking met ketenpartners en gemeenten.

Binnen Participatie en Inburgering zijn stappen gezet in eenduidiger werkwijzen en registratie, mede via het project Eigen Kracht en Eenheid in Werk. In Zorgadministratie en de Sociale Teams lag de focus op verdere professionalisering, regionale samenwerking en het beheersbaar houden van de uitvoering bij veranderende inkoop en taakverdeling. De voorbereiding op digitalisering, zoals digitale aanvragen en ‘Mijn Inkomen’, vormde een belangrijke inhoudelijke ontwikkeling, hoewel implementatie grotendeels doorschoof naar 2026.

Per saldo laat 2025 een organisatie zien die onder hoge druk de dienstverlening op peil hield, inhoudelijke keuzes maakte gericht op kwaliteit en toegankelijkheid, en tegelijkertijd een stevige basis legde voor de verdere doorontwikkeling binnen Eemkracht.

Risico’s
In 2025 werd BBS geconfronteerd met een aantal structurele en operationele risico’s die de uitvoering en bedrijfsvoering onder druk zetten. Belangrijkste risico’s betroffen het hoge ziekteverzuim, de krappe arbeidsmarkt en de toenemende werklast door groeiende en complexere doelgroepen. Deze factoren leidden tot extra inzet van inhuur en daarmee tot hogere kosten.

Daarnaast vormden risico’s op het gebied van financiële rechtmatigheid, aanbestedingen, informatiebeveiliging en privacy (AVG) blijvende aandachtspunten. Door het ontbreken van een eigen weerstandsvermogen worden financiële risico’s uiteindelijk gedragen door de deelnemende gemeenten. De voorbereiding op de transitie naar Eemkracht beperkte de ruimte om alle voorgenomen beheersmaatregelen, zoals het actualiseren van het fraude- en risicobeheersingsbeleid, volledig te realiseren.

BBS heeft in 2025 ingezet op actieve sturing, interne beheersmaatregelen en samenwerking met de gemeenten om risico’s zoveel mogelijk te beheersen en inzichtelijk te maken, met het oog op een beheerst vervolg binnen Eemkracht.

Risicoprofiel
Pluspakket.

Excel-tabel

Uitvoeringsorganisatie BBS Rekening Begroting Rekening
(x € 1.000) 2024 2025 2025
66232469/42410
Balans
Eigen vermogen 0 0
Vreemd vermogen 9.833 10.515
Exploitatie
Omvang baten (excl. reserves) 43.463 45.340
Geraamd resultaat 0 0
Bijdrage Baarn (apparaatskosten) 4.379 4.643

Regionaal Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD), vanaf 2026 ODU

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Regionaal Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD), vanaf 2026 ODU

Doel
Namens de gemeenten uitvoering geven aan (een aantal) taken van de Omgevingswet (tot 1 januari 2024 waren dat Wet milieubeheer (Wm) en de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo)).

Deelnemende partijen
Baarn,  Amersfoort, Leusden, Woudenberg, Soest, Eemnes, Utrecht, Lopik, Houten, Nieuwegein.

Bestuurders
Algemeen bestuur: Wethouder S. de Vries.

Financiële ontwikkeling
De RUD heeft het boekjaar 2025 afgesloten met een positief resultaat. Het resultaat is grotendeels toegewezen aan de bestemmingsreserves Startkapitaal ODU en Voorwaardelijke afdekking van transitieverliezen binnen de ODU. De bestaande Algemene reserve van de RUD is aan voornoemde reserves toegevoegd.  

Inhoudelijke ontwikkeling
Omgevingswet, Energietransitie, klimaatadaptatie en duurzame leefomgeving en Organisatieontwikkeling. Die laatste is onder andere nodig voor de uitvoering van de doorontwikkeling van de RUD en voor taken die voortvloeien uit de Omgevingswet. Ook is in 2024 gestart met de voorbereidingen van de fusie met de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU), tot één Omgevingsdienst Utrecht, die per 1 januari 2026 start en waarvoor in 2025 de besluiten genomen zijn.

Risico’s
Geen.

Risicoprofiel
Basispakket.

Excel-tabel

Regionale uitvoeringsdienst (RUD) Rekening Begroting Rekening
(x € 1.000) 2024 2025 2025
67233302/42410
Balans
Eigen vermogen 2.948 1.522 3.289
Vreemd vermogen 8.607 709 2.587
Exploitatie
Omvang baten (excl. reserves) 22.769 20.683 25.822
Geraamd resultaat 1.402 2 1.708
Bijdrage Baarn 607 614 563

Regionale ICT Dienst Utrecht (RID)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Regionale ICT Dienst Utrecht (RID)

Doel
De RID Utrecht ontwikkelt zich van ICT-beheerorganisatie naar servicepartner en regievoerder op clouddiensten. De dienstverlening blijft afgestemd op de veranderende behoefte van de deelnemende gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Belangrijke doelen zijn veilige digitale dienstverlening, een flexibele cloudwerkplek, tevreden gebruikers en het beheersen van kosten.

Deelnemende partijen
Deelnemers zijn de gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede, evenals de gemeenschappelijke regelingen Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug.

Bestuurders
Het Algemeen Bestuur staat onder voorzitterschap van wethouder H. Prakke.

Financiële ontwikkeling
De bijdrage van de gemeente Baarn aan de RID bedraagt in 2025 € 1.069.000, wat € 58.000 hoger is dan in 2024. Deze verhoging is het gevolg van indexatie op basis van de CAO Gemeenten, een inflatiecorrectie en aanpassingen als gevolg van de invoering van HR21. Daartegenover staan besparingen die voortkomen uit het afbouwen van de huidige datacenters en de geleidelijke overgang naar de cloud, evenals andere structurele optimalisaties.

Inhoudelijke ontwikkeling
De RID werkt vanuit vijf beleidssporen: samenwerking, organisatie, diensten, processen en projecten. De komende jaren ligt de focus op de verdere cloudtransitie, waarbij datacenters worden afgebouwd en de RID zich richt op regievoering richting leveranciers. Bij deze transitie vragen de gemeenten aandacht voor de afhankelijkheden van leveranciers (zoals Microsoft). Het inrichten van een technische klankbordgroep wordt gezien als wenselijk om de regie en het tempo van de migratie gezamenlijk af te stemmen.

Daarnaast wordt gewerkt aan verbeterde dienstverlening, zoals de inrichting van de digitale werkruimte, ICT-ondersteuning voor raadsleden en de introductie van company-owned devices. Ook het versterken van portfoliomanagement moet zorgen voor meer transparantie in projectkeuzes en kosten. Samenwerking met andere gemeenten in regionaal verband, onder meer via subregionale IV-organisaties, krijgt nadrukkelijk aandacht.

Informatieveiligheid
Informatieveiligheid blijft een speerpunt. Naast de verplichte BIO-normen geldt vanaf 2025 de strengere Europese NIS2-richtlijn. Deze verplicht gemeenten en samenwerkingsverbanden om aantoonbaar werkende beveiligingsmaatregelen te hebben. Daarbij kan in bepaalde gevallen ook persoonlijke bestuurlijke aansprakelijkheid gelden.

Om aan deze normen te voldoen versterkt de RID de beveiliging met onder meer SOC, logging, monitoring en netwerksegmentatie. De regionale samenwerking in informatiebeveiliging en privacy wordt verder uitgebouwd, met afspraken over governance, regie en structurele afstemming met de CISO’s van de deelnemende gemeenten. Functioneel beheer blijft hierbij een belangrijk aandachtspunt. De PM-post cybercrime in de begroting dient concreet te worden ingevuld en gemotiveerd.

Risico's
De RID staat voor enkele grote uitdagingen. Cybercrime blijft een groot risico. Één op de vijf organisaties wordt slachtoffer van een aanval. Ook de arbeidsmarkt is krap, waardoor vacatures moeilijk zijn in te vullen en dure inhuur noodzakelijk kan worden. Financieel zijn de beperkte reserves, de hoge schuldquote en de lage solvabiliteit kwetsbaarheden. Technisch hebben incidenten zoals de Log4j-kwetsbaarheid laten zien dat versterking van de weerbaarheid noodzakelijk is en waar door de RID aan wordt gewerkt.

Positief is dat de RID jaarlijks een ISAE3402 type II-verklaring ontvangt. Daarmee is de interne beheersing van processen en risicomanagement onafhankelijk getoetst en goedgekeurd.

Risicoprofiel
Pluspakket.

Excel-tabel

Regionale ICT Dienst Utrecht (RID) Rekening Begroting Rekening
(x € 1.000) 2024 2025 2025
60405006/42410
Balans
Eigen vermogen 104 87 109
Vreemd vermogen 7.709 6.163 9.902
Exploitatie
Omvang baten (excl. reserves) 8.396 8.646 8.646
Geraamd resultaat 9 0 -4
Bijdrage Baarn 1.011 1.069 1.069

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Doel
Het doel van de Veiligheidsregio Utrecht is de kwaliteit van de rampenbeheersing, crisisbeheersing en noodhulpverlening in de regio Utrecht te verbeteren.

Deelnemende partijen
Alle Utrechtse gemeenten

Bestuurders
Algemeen bestuur: Burgemeester M. A. Röell.

Financiële ontwikkeling
De begrote bijdrage van Baarn over 2025 bedroeg € 1.902.000. Het jaar 2025 sluit met een positief resultaat van € 1,34 miljoen (1% van de begroting). Hiervan wordt € 747.000 teruggestort aan de deelnemers. Baarn ontvangt € 14.000. Het voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere personeelslasten dan geraamd. Een nadeel komt voort uit meerkosten voor onderhoud van materieel en materiaal en hogere ICT-kosten en overige kosten. Het positieve resultaat is grotendeels incidenteel van aard.

Inhoudelijke ontwikkeling
De programmaverantwoording richt zich op de programmaonderdelen brandweer, risicobeheersing, crisisbeheersing en GHOR, meldkamer Midden-Nederland en ondersteuning. De brandweer richtte zich vooral op toekomstbestendige brandweerzorg.

De negen gemeenten met risico op natuurbrand, waaronder ook de gemeente Baarn, hebben zich met ondersteuning van de VRU verenigd om samen te werken aan het beheersen en bestrijden van natuurbrand. In het kader van de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing heeft een eerste verkennende bijeenkomst plaatsgevonden voor het gebied Lage Vuursche. Daarnaast is een publiekscampagne ingezet om de bewustwording te vergroten. Voor het project Water en Veiligheid is een definitief concept van de Routekaart Waterweerbaarheid beschikbaar gekomen. De routekaart biedt betrokken partijen een gezamenlijk kader voor het meenemen van waterveiligheid in beleid en uitvoering rond wateroverlast en overstromingen. Binnen het thema energietransitie zijn de risico’s van nieuwe ontwikkelingen geanalyseerd. Daarnaast zijn webpagina’s ontwikkeld met voorlichtingsinformatie over energietransitie en brandveiligheid. Binnen het programma Veerkracht is via gerichte communicatie en de landelijke Denkvooruit-campagne aandacht besteed aan het vergroten van de weerbaarheid.

Risico’s
In de komende jaren zullen nieuwe activiteiten die voortvloeien uit de bestuursagenda en maatschappelijk ontwikkelingen naar verwachting om extra investeringen vragen. De keuzes die hierin gemaakt worden zullen, als dit financiële gevolgen zou hebben, aan de gemeenten worden voorgelegd.

Risicoprofiel
Basispakket.

Excel-tabel

Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Rekening Begroting Rekening
(x € 1.000) 2024 2025 2025
61201208/42410
Balans
Eigen vermogen 35.468 22.746 34.849
Vreemd vermogen 70.240 52.057 68.783
Exploitatie
Omvang baten (excl. reserves) 150.712 121.914 138.729
Geraamd resultaat 7.288 0 2.747
Bijdrage Baarn 1.917 2.011 1.932

Regionale werkvoorzieningsschap Amersfoort (RWA)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Regionale werkvoorzieningsschap Amersfoort (RWA)

Doel
Het Regionaal Werkvoorzieningsschap Amersfoort en omgeving (RWA) is de Gemeenschappelijke  Regeling waarmee de zes gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg  invulling geven aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Amfors Holding BV is het bedrijf dat de  Wsw vervolgens uitvoert.
De genoemde zes regiogemeenten stellen ieder hun  van het Rijk ontvangen bijdrage volledig ter beschikking aan RWA. Voor de invulling van de Wsw dienstverbanden heeft RWA een samenwerkingsovereenkomst met Amfors. Via de bedrijfsonderdelen  en diensten van Amfors wordt binnen de Wsw-kaders werkgelegenheid gegenereerd en  ontwikkelmogelijkheden aangeboden. 

Doelstelling is om iedere Sw-medewerker zo duurzaam mogelijk te laten werken op een passende werkplek waar men 'werkt naar vermogen'.

Deelnemende partijen
Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg

Bestuurders
Algemeen bestuur RWA: Wethouder M. Eijbaard.

Financiële ontwikkeling
Het bedrijfsresultaat van RWA werd, zoals in voorgaande jaren, sterk bepaald door het negatieve subsidieresultaat op de Wsw. Dit kwam uit op € 2.158.000 negatief. Deze verslechtering ten opzichte van de begroting is grotendeels toe te rekenen aan een eenmalige dotatie van € 591.000 voor een voorziening in verband met RVU-verplichtingen, voortvloeiend uit aangescherpte BBV-richtlijnen.

Het positieve operationele resultaat van Amfors Holding BV bedroeg € 1.483.000 en lag hoger dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van lagere personeelskosten door vacatures. Conform de samenwerkingsovereenkomst is dit resultaat volledig ingezet om het negatieve bedrijfsresultaat van RWA te compenseren.

Na deze compensatie resteerde een gemeentelijke bijdrage van in totaal € 675.000. Dit bedrag ligt aanzienlijk lager dan de begrote bijdrage van € 1.006.000. Hierdoor ontstond per saldo een terugvordering aan de deelnemende gemeenten van € 331.000, die naar rato van het aantal Sw-medewerkers per gemeente is verrekend, aangezien de gemeenten de rijksbijdrage gedurende het jaar als voorschot hebben betaald.

De gemeentelijke bijdrage van Baarn bedroeg in 2025 € 24.000. Omdat vooraf € 36.000 was betaald, ontving de gemeente Baarn een terugbetaling van € 12.000.

Door de lagere gemeentelijke bijdrage en de inzet van het resultaat van Amfors bleef de financiële positie van RWA binnen de afgesproken kaders en kon het resultaat na bestemming op nihil worden vastgesteld.

Inhoudelijke ontwikkeling
In 2025 heeft RWA/Amfors verdere stappen gezet in de ontwikkeling naar een breed sociaal ontwikkelbedrijf. De organisatie bleef zich inzetten voor het bieden van passend en duurzaam werk aan Wsw-medewerkers, met aandacht voor hun inzetbaarheid, ontwikkeling en welzijn. Tegelijkertijd is gestart met het verbreden van de dienstverlening naar nieuwe doelgroepen vanuit de Participatiewet.

Belangrijke accenten lagen op arbeidsontwikkeling, vitaliteit en sociale veiligheid. Met de start van het Amfors Arbeidsontwikkelcentrum (AOC) is een concrete impuls gegeven aan arbeidsontwikkeling en instroom van nieuwe doelgroepen. Innovatie werd ingezet om werk toegankelijker te maken, onder meer door technologische hulpmiddelen en vernieuwende leer- en werkvormen. Daarnaast is voortgang geboekt op duurzaamheid, met een aanzienlijke reductie van de CO2-uitstoot.

Deze ontwikkelingen versterken de maatschappelijke opdracht van RWA en vormen de basis voor verdere doorontwikkeling in de komende jaren.

Risico’s
In 2025 kende RWA een aantal structurele en bestuurlijke risico’s. Het belangrijkste risico was het blijvend negatieve subsidieresultaat op de Wsw, doordat de rijksbijdrage onvoldoende is om de cao-gebonden loonkosten te dekken. Dit financiële risico is grotendeels niet beïnvloedbaar.

Daarnaast vormde de kwetsbaarheid van de ondersteunende organisatie een aandachtspunt. Door de krimp van de Wsw-populatie is de ondersteunende formatie meegekrompen, waardoor beperkte ruimte bestaat om extra taken of personele uitval op te vangen.

Ook lokale politieke en bestuurlijke ontwikkelingen brachten risico’s met zich mee, met name ten aanzien van instroom, koers en financiering van nieuwe doelgroepen. Dit risico is in 2025 actief beheerst door gezamenlijk met de gemeenten te werken aan het toekomstplan sociaal ontwikkelbedrijf.

Tot slot blijft de vergrijzing van de Wsw-doelgroep een risico, omdat deze leidt tot toenemend verzuim en afnemende belastbaarheid. Via gericht verzuimbeleid, aandacht voor vitaliteit en arbeidsontwikkeling is getracht dit risico te beperken.

Risicoprofiel
Pluspakket.

Excel-tabel

RWA Sociale werkvoorziening (RWA) Rekening Begroting Rekening
(x € 1.000) 2024 2025 2025
Balans
Eigen vermogen 939 2.500 1.744
Vreemd vermogen 10.043 2.850 7.928
Exploitatie
Omvang baten (excl. reserves) 406 1.006 1.860
Geraamd resultaat 0 0 0
Bijdrage Baarn 5 38 24

Gemeenschappelijke Geneeskundige Dienst Regio Utrecht (GGDrU)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Gemeenschappelijke Geneeskundige Dienst Regio Utrecht (GGDrU)

Doel
De GGDrU voert voor de gemeente de taken uit die voortkomen uit de Wet publieke gezondheid (Wpg). Hierbij ligt de primaire focus op de collectieve en preventieve aspecten van de gezondheid.

De GGD regio Utrecht (GGDrU) werkte in 2025 aan een sterke en gezonde regio door uitvoering te geven aan de wettelijke taken uit de Wet publieke gezondheid. Dit gebeurt langs vier pijlers:

  • een gezonde en veilige leefomgeving,
  • kansrijk opgroeien,
  • langer en gezond zelfstandig,
  • en een wendbare en vitale organisatie.

Voor Baarn betekent dit dat inwoners kunnen rekenen op jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding, gezondheidsmonitoring en advies bij lokale gezondheidsvraagstukken. Hiermee levert GGDrU een bijdrage aan het verkleinen van gezondheidsverschillen en het versterken van preventie.

Deelnemende partijen
Alle Utrechtse gemeenten

Bestuurders
Algemeen bestuur: Wethouder S. de Vries.

Financiële ontwikkeling
In 2025 heeft GGD regio Utrecht een positief financieel resultaat gerealiseerd van € 3,99 miljoen (inclusief mutaties in reserves). Dit resultaat is vooral het gevolg van lagere lasten dan begroot, met name bij de COVID-19-najaarscampagne en het programma Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemisch Paraatheid (VIP). De totale lasten bleven duidelijk onder het begrotingsniveau, terwijl de baten licht lager uitvielen dan geraamd.

De overheadkosten waren lager dan begroot en de post onvoorzien is niet benut. Wel is voor 2025 rekening gehouden met een voorlopige vennootschapsbelasting van circa € 194.000. Per pijler is sprake van positieve saldi, waarbij de pijler Gezonde en veilige leefomgeving het grootste aandeel in het resultaat heeft geleverd.

De financiële positie van GGDrU is solide. De algemene reserve bedraagt eind 2025 circa € 2.500.000, waarmee het grootste deel van de geïdentificeerde risico’s afdoende is afgedekt. Het weerstandsvermogen ligt boven de vereiste norm (ratio 1,45). Bestemmingsreserves zijn ingezet en opgebouwd voor onder meer Jeugdgezondheidszorg, kennis- en adviesontwikkeling en versterking van de vaccinatiegraad.

Samenvattend laat 2025 een financieel gezond beeld zien, met ruimte om toekomstige risico’s op te vangen en te blijven investeren in de strategische opgaven van GGDrU

Gemeentelijke bijdrage
De inwoner- en kindbijdrage, die ook voor de gemeente Baarn geldt, werd in de oorspronkelijke begroting 2025 vastgesteld op € 45.000.000 voor de regio, maar in de herziene begroting 2025-1 verlaagd naar € 44.380.000.

Inhoudelijke ontwikkeling
In 2025 stond GGDrU inhoudelijk in het teken van versterking van de kennis- en adviesrol, preventie en toekomstbestendige publieke gezondheid. Vanuit de transformatieopgave is gericht ingezet op drie maatschappelijke kernvraagstukken: mentale gezondheid van jeugd, dubbele vergrijzing en een gezonde en veilige leefomgeving. GGDrU heeft zich daarbij nadrukkelijk gepositioneerd als verbindende partner tussen gemeenten, zorg, sociaal domein en inwoners.

Belangrijke inhoudelijke ontwikkelingen waren de versterking van preventie en datagedreven werken, onder meer via dashboards, gezondheidsmonitors en verdiepend onderzoek, en de opschaling van regionale en lokale ketenaanpakken zoals valpreventie, Kansrijke Start en het verhogen van de vaccinatiegraad. Daarnaast is gewerkt aan de doorontwikkeling van de kennis- en adviesfunctie, waardoor gemeenten beter worden ondersteund met duiding, beleidsadvies en maatwerk.

Ook is in 2025 geïnvesteerd in pandemische paraatheid en infectieziektebestrijding, de implementatie van het nieuwe digitale dossier binnen de Jeugdgezondheidszorg en het versterken van samenwerking binnen en buiten de regio. Deze ontwikkelingen dragen bij aan een meer wendbare, lerende organisatie die voorbereid is op toekomstige gezondheidsopgaven en gemeenten ondersteunt bij het maken van duurzame gezondheidskeuzes.

Risico’s
In 2025 heeft GGDrU de belangrijkste financiële en organisatorische risico’s actief gemonitord en geactualiseerd. De voornaamste risico’s hadden betrekking op fluctuaties in inwoner- en kindaantallen, die van invloed zijn op de gemeentelijke financiering, en op de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel in een krappe arbeidsmarkt. Daarnaast blijven externe onzekerheden, zoals mogelijke nieuwe pandemieën, wijzigingen in rijksbeleid en subsidies (onder meer op het gebied van seksuele gezondheid) en toenemende eisen aan informatiebeveiliging en privacy, aandacht vragen.

Ook interne risico’s, zoals de complexiteit van de IT-omgeving, fiscale vraagstukken en rechtmatigheid bij aanbestedingen, zijn nadrukkelijk in beeld. Door beheersmaatregelen, inzet van reserves en een voldoende weerstandsvermogen zijn de meeste risico’s financieel afdoende afgedekt. Daarmee is GGDrU in 2025 weerbaar gebleken en in staat gebleven om continuïteit van dienstverlening te waarborgen, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan verdere risicobeheersing richting de toekomst.

Risicoprofiel
Basispakket.

Excel-tabel

Gezondheids dienst Utrecht (GGDrU) Rekening Begroting Rekening
(x € 1.000) 2024 2025 2025
Balans
Eigen vermogen 6.217 1.603 8.953
Vreemd vermogen 36.090 18.942 29.840
Exploitatie
Omvang baten (excl. reserves) 81.839 64.671 79.238
Geraamd resultaat 2.477 0 3.987
Bijdrage Baarn 1.229 1.360 1.270

Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN)

Doel
Het is de ambitie van RMN een effectieve en efficiënte speler te zijn in de afvalinzameling en straatreiniging. RMN streeft daarbij naar een maximale samenwerking met andere in de openbare ruimte acterende partijen.

Deelnemende partijen
Baarn, Bunnik, Nieuwegein, Soest, IJsselstein, Zeist.

Bestuurders
Algemeen bestuur: Wethouder M. Eijbaard.

Financiële ontwikkeling
De geraamde bijdrage van Baarn aan RMN is met € 253.000 in 2025 gestegen t.o.v.  de begroting 2024.1.  Deze stijging is te wijten aan CAO-stijgingen en stijging van kosten voor tractiemiddelen. De kosten worden gedekt uit de afvalstoffenheffing. 

Sinds 2018 heeft de gemeente Baarn een overeenkomst met de gemeente Eemnes, op grond waarvan inwoners van Eemnes gebruik mogen maken van het recyclestation in Baarn. Eemnes betaalt hiervoor een bijdrage naar rato van het aantal inwoners. De gemeente Eemnes heeft deze overeenkomst inmiddels opgezegd. Dit betekent dat inwoners van Eemnes per 1 juli 2026 geen gebruik meer kunnen maken van het recyclestation in Baarn en dat Eemnes vanaf dat moment ook geen financiële bijdrage meer levert.

Vanaf 1 januari 2027 treedt gemeente Houten toe tot de gemeenschappelijke regeling RMN. In 2025 zijn de formele besluitvormingsprocedures afgerond en zijn de eerste voorbereidingen gestart voor deze toetreding. De uitbreiding van RMN met een nieuwe deelnemende gemeente biedt op termijn kansen voor schaalvoordelen en een robuustere organisatie.

Inhoudelijke ontwikkeling
RMN heeft de afgelopen periode verder gewerkt aan de implementatie van het verbeterplan en het meerjarenbeleidsplan om de organisatie toekomstbestendig te maken. Hierbij blijft de focus liggen op een gezonde bedrijfsvoering en een stabiele financiële administratie. Daarnaast worden inhoudelijke ontwikkelingen op het gebied van de circulaire economie en de wensen van de deelnemende gemeenten hierin meegenomen.

Risicoprofiel
Pluspakket

Excel-tabel

Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) Rekening Begroting Rekening
(x € 1.000) 2024 2025 2025
Balans
Eigen vermogen 2.421 233 0
Vreemd vermogen 20.533 31.721 22.733
Exploitatie
Omvang baten (excl. reserves) 37.674 40.916 38.019
Geraamd resultaat 2.188 200 0
Bijdrage Baarn 4.113 4.489 4.260

Afval Verwijdering Utrecht (AVU)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Afval Verwijdering Utrecht (AVU)

Omschrijving (toelichting)

Doel
De AVU sluit contracten af met verwerkers voor het transport en de verwerking van diverse afvalstromen naar afvalverwerkende bedrijven en het bevorderen van de mogelijkheden van hergebruik van ingezameld afval. De deelnemende partijen zijn 25 Utrechtse gemeenten.

Deelnemende partijen
Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Utrecht, Veenendaal, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg en Zeist

Bestuurders
Algemeen bestuur: Wethouder M. Eijbaard.

Financiële ontwikkeling
De gemeentelijke bijdrage van de gemeente Baarn aan de AVU wordt verwerkt in de begroting van RMN. Baarn betaalt geen directe bijdrage aan de AVU. Tussen RMN en de AVU vindt administratieve afstemming plaats over ingezamelde hoeveelheden.

Sinds september 2023 ligt er een claim van afvalverwerker AVR van circa € 1.200.000. Het is mogelijk dat deze claim (gedeeltelijk) voor rekening van de AVU komt. In dat geval wordt het bedrag pro rata verdeeld over de deelnemende gemeenten. Juridisch is vastgelegd dat ook uittredende gemeenten aansprakelijk blijven voor hun aandeel in de claim.

Inhoudelijke ontwikkeling
De gemeenten De Ronde Venen en Eemnes hebben beide kenbaar gemaakt dat zij willen uittreden uit de gemeenschappelijke regeling Afval Verwijdering Utrecht (AVU). Eemnes streeft naar uittreding per 1 juli 2026, gevolgd door De Ronde Venen per 1 januari 2027.

Risicoprofiel
Basis

Totaaloverzicht Baarnse bijdrage aan verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Totaaloverzicht Baarnse bijdrage aan verbonden partijen
Programma Totaal overzicht bijdrage Baarn Rekening Begroting Rekening Bestuurder
(x € 1.000) 2024 2025 2025
2. Uitvoeringsorganisatie BBS 4.379 - 4.643 M. Eijbaard
3. Regionale uitvoeringsdienst (RUD) 607 614 563 S. de Vries
9. Regionale ICT Dienst Utrecht (RID) 1.011 1.069 1.069 H. Prakke
4. Veiligheidsregio (VRU) 1.917 2.011 1.932 M. A. Röell
6. Werkvoorzieningschap (RWA/Amfors) 5 38 24 S. de Vries
2. Gezondheidsdienst Utrecht (GGDrU) 1.229 1.360 1.270 M. Eijbaard
8. Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN/AVU) 4.113 4.489 4.260 M. Eijbaard
Totaal bijdrage verbonden partijen 13.261 9.581 13.761

Amfors Holding BV

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Amfors Holding BV

Omschrijving (toelichting)

Doel
Amfors Holding is de uitvoeringsorganisatie van het RWA en verantwoordelijk voor de uitvoering van de voormalige Wsw nu onderdeel van de Participatiewet. De 6 samenwerkende gemeenten zijn eigenaar/aandeelhouder in de Amfors Holding B.V.

Deelnemende partijen
Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest, Woudenberg.

Bestuurders
Algemeen bestuur RWA: Wethouder M. Eijbaard.

Financiële ontwikkeling
Het operationeel resultaat van Amfors Holding B.V. bedraagt € 1.483.000. Dat is € 498.000 hoger dan begroot. Dit verschil wordt grotendeels verklaard door lagere salariskosten als gevolg van vacatures.

In de Samenwerkingsovereenkomst is de relatie tussen RWA en Amfors vastgelegd. In afwijking hierop wordt sinds 2013 het gehele resultaat van Amfors gedoteerd aan het RWA-subsidieresultaat. Het eigen vermogen van Amfors Holding B.V. bedraagt ultimo 2025 € 2.500.000. Bij Amfors bestaat het eigen vermogen uit: geplaatst kapitaal en overige reserves.

Inhoudelijke ontwikkeling
In 2025 heeft RWA/Amfors belangrijke stappen gezet in de doorontwikkeling naar een breed sociaal ontwikkelbedrijf. De focus lag op het bieden van passend en duurzaam werk aan Wsw-medewerkers, terwijl gelijktijdig ruimte is gecreëerd voor nieuwe doelgroepen vanuit de Participatiewet. De organisatie werkte daarbij vanuit de pijlers vitaliteit, innovatie en duurzaamheid, met extra aandacht voor sociale veiligheid.

Op het gebied van arbeidsontwikkeling zijn ontwikkelgesprekken structureel ingezet om medewerkers perspectief te bieden op passend werk en scholing. Ondanks de voortgaande krimp en vergrijzing van de Wsw-populatie bleef de inzet gericht op duurzame inzetbaarheid. Het verzuim was stabiel ten opzichte van 2024, met blijvende aandacht voor preventie en begeleiding.

Een belangrijke ontwikkeling was de start van het Amfors Arbeidsontwikkelcentrum (AOC). De succesvolle pilot met 30 deelnemers bood inwoners concrete ontwikkelkansen richting werk en leidde tot een meerjarige samenwerking met de gemeente Amersfoort. Hiermee is een eerste stap gezet naar een bredere instroom van inwoners met een indicatie Beschut werk en Banenafspraak.

Innovatie speelde een zichtbare rol in het toegankelijker maken van werk. Technologische hulpmiddelen zoals de Smart Beamer, vertaaltechnologie, 3D-printen en virtual reality werden verder ontwikkeld en ingezet, onder meer binnen het AOC. Deze innovaties dragen bij aan zelfstandig werken, leren en oriënteren.

Op het gebied van duurzaamheid is in 2025 een forse reductie van de CO2-uitstoot gerealiseerd. Door de overstap naar groene stroom en een lager energie- en brandstofverbruik daalde de uitstoot met 32% ten opzichte van 2022.

Daarnaast is in 2025 sterk ingezet op sociale veiligheid. De gedragscode is herzien en er zijn drie kernwaarden vastgesteld: jezelf zijn, respect en waardering. Door teamgesprekken, coaching en trainingen is gewerkt aan bewustwording en een veilige werkomgeving.

Met het opstellen van het concept-toekomstplan ‘Impuls sociale infrastructuur en toekomst sociaal ontwikkelbedrijf’ is in 2025 de strategische basis gelegd voor verdere ontwikkeling in de komende jaren.

Risico’s
De kwetsbaarheid van de ondersteunende organisatie vormde een aandachtspunt. Door de krimp van de Wsw-populatie is het ondersteunend apparaat meegegroeid, waardoor beperkte ruimte bestaat om personele uitval of extra taken op te vangen. In 2025 kon de continuïteit echter worden geborgd.

Ook lokale politieke en bestuurlijke ontwikkelingen brengen risico’s met zich mee, met name ten aanzien van instroom, koers en financiering van nieuwe doelgroepen. In 2025 is dit risico actief geadresseerd door het gezamenlijk opstellen van het toekomstplan sociaal ontwikkelbedrijf, dat begin 2026 door de gemeenteraden is vastgesteld.

Tot slot blijven demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing en toenemende beperkingen binnen de Wsw-doelgroep, van invloed op verzuim en inzetbaarheid. Door actief verzuimbeleid, ontwikkelgesprekken en investeringen in vitaliteit en innovatie is getracht deze risico’s te beperken.

Risicoprofiel
Pluspakket

Vitens NV

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Vitens NV

Doel
Exploitatie van het grootste drinkwaterbedrijf in Nederland. De belangrijkste activiteiten van Vitens N.V. zijn het oppompen van grondwater, het zuiveringsproces hiervan en de distributie van schoon water.

Deelnemende partijen
De aandelen van Vitens worden gehouden door alle gemeenten en provincies in het verzorgingsgebied van Vitens.

Bestuurders
Gevolmachtigde: Wethouder H. Prakke.

Financiële ontwikkeling
Vitens keert geen dividend uit (en verwacht dit tot minstens 2027 niet te doen) omdat er een groot volume aan investeringen nodig is voor de "watertransitie" (infrastructuur, droogte etc.). De winst wordt geïnvesteerd in de continuïteit en de noodzakelijke aanpassingen van het waternet.  Vitens wil voor het kunnen uitkeren van winst een solvabiliteit van minstens 35% hebben. Op 31 december 2025 bedroeg de solvabiliteit 30,5%.

Inhoudelijke ontwikkeling
De gemeente heeft 24.207 aandelen.

Risico’s
Geen risico’s

Risicoprofiel
Basispakket

Excel-tabel

Vitens Rekening Rekening
2024 2025
69134008-21260-I
Eigen vermogen 714 809
Vreemd vermogen 1.686 1.846
Balanstotaal 2.399 2.655
Solvabiliteit (Reserve/Balanstotaal) 29.8% 30,5%
Resultaat 34,5 90,6
Dividend uitkering 0 0
Bedragen x € 1.000.000,-

Bank Nederlandse Gemeente NV (BNG)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Bank Nederlandse Gemeente NV (BNG)

Doel
Het aanbieden van financiële diensten op maat, zoals kredietverlening, betalingsverkeer, advisering en elektronisch bankieren voor overheden en instellingen met een maatschappelijk belang, tegen zo laag mogelijke kosten.

Deelnemende partijen
De bank is een structuurvennootschap. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een waterschap.

Bestuurders
Gevolmachtigde: Wethouder H. Prakke.

Financiële ontwikkeling
De gemeente ontvangt jaarlijks dividend.

Inhoudelijke ontwikkeling
De gemeente heeft 46.800 aandelen.

Risico’s
Geen risico’s

Risicoprofiel
Basispakket

Excel-tabel

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Rekening Rekening
2024 2025
69134007-21260-I
Eigen vermogen 4.777 4.863
Vreemd vermogen 123.614 110.701
Balanstotaal 128.931 115.568
Solvabiliteit (Reserve/Balanstotaal) 4% 4%
Resultaat 294 172
Dividend uitkering Baarn (bedrag in € 1.000,-) 117 66
Bedragen x € 1.000.000,-

Stichting Openbaar primair Onderwijs Eem Vallei Educatief (STEV)

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Stichting Openbaar primair Onderwijs Eem Vallei Educatief (STEV)

Omschrijving (toelichting)

Doel
STEV heeft als doel maatschappelijke meerwaarde te creëren door het bieden van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs. De stichting richt zich op de ontwikkeling van goed toegeruste, zelfbewuste en initiatiefrijke leerlingen, passend bij een steeds diversere en mondiale samenleving. Dit gebeurt vanuit drie strategische pijlers (2024–2028), namelijk kansrijk leren, inclusief wereldburgerschap en professionele organisatie (blijvend leren).

Deelnemende partijen
STEV is het bevoegd gezag van 13 openbare basisscholen in de regio Eemvallei.

Bestuurders
Wethouder H. Prakke

Financiële ontwikkeling
In 2025 blijft de financiële positie van STEV over het geheel genomen gezond en stabiel, ondanks een begroot negatief resultaat. Dat tekort bedraagt € 104.360 en is grotendeels het gevolg van een bewuste keuze om resterende middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) in te zetten voor onderwijsverbetering. Deze inzet wordt gedekt uit de bestemmingsreserve NPO, waardoor er per saldo een licht positief regulier resultaat resteert. Daarmee laat STEV zien dat tijdelijke middelen doelgericht worden benut zonder de structurele financiële huishouding onder druk te zetten.

De rijksbijdragen namen in 2025 toe door loon- en prijsindexatie, mede als gevolg van de nieuwe CAO-afspraken in het primair onderwijs. Tegelijkertijd stonden de inkomsten onder spanning door lichte schommelingen in leerlingenaantallen. STEV stuurt daarom nadrukkelijk op het aanpassen van de personele formatie aan de beschikbare middelen, zodat de meerjarige financiële balans houdbaar blijft. 

Ook aan de uitgavenkant zijn duidelijke keuzes zichtbaar. Er wordt fors geïnvesteerd in onderhoud en verduurzaming van schoolgebouwen, onder andere via het meerjarig onderhoudsplan en een geplande verduurzamingsslag bij een aantal locaties. Door structureel geld te reserveren voor groot onderhoud en door een solide liquiditeitspositie blijft STEV in staat om onverwachte tegenvallers op te vangen. Kengetallen zoals solvabiliteit en liquiditeit blijven ruim boven de signaleringsgrenzen van de Inspectie, wat wijst op een financieel robuuste organisatie.

Inhoudelijke ontwikkeling
Inhoudelijk stond 2025 bij STEV in het teken van het versterken van onderwijskwaliteit en kansengelijkheid, in lijn met de nieuwe strategische koers voor de periode 2024–2028. Een belangrijk accent lag op het binden en behouden van personeel. STEV investeert niet alleen in zij-instromers om het lerarentekort tegen te gaan, maar ook in de verdere professionalisering van bestaande medewerkers. De doorontwikkeling van de STEV-academie speelt hierin een centrale rol, met meer samenhang in scholing, kennisdeling en leiderschapsontwikkeling.

Daarnaast blijft STEV nadrukkelijk inzetten op inclusief onderwijs. De taalklassen voor nieuwkomers vormen een structureel onderdeel van het aanbod en worden verder uitgebouwd in samenwerking met gemeenten. Hiermee speelt STEV in op maatschappelijke ontwikkelingen en op de groeiende diversiteit binnen de leerlingpopulatie. Ook de inzet van brugfunctionarissen draagt bij aan het versterken van de verbinding tussen school, gezin en wijk, met als doel leerlingen beter te ondersteunen in hun ontwikkeling.

Verder werd in 2025 gewerkt aan het verstevigen van de interne organisatie en het beheersen van kwetsbaarheden. Ziektevervanging wordt meer collectief georganiseerd om kosten te beperken en de continuïteit van het onderwijs te waarborgen. Tegelijkertijd vraagt STEV extra aandacht voor scholen waar leerlingenaantallen onder druk staan. Door tijdig scenario’s te verkennen en het gesprek te voeren over de toekomstbestendigheid van deze scholen, probeert de stichting inhoudelijke kwaliteit en bereikbaarheid van openbaar onderwijs in de regio te behouden.

Risico’s
De belangrijkste risico’s voor STEV zijn:

  • Personeelsrisico’s: lerarentekort, ziekteverzuim en vervangingskosten.
  • Schommelingen in leerlingenaantallen, met mogelijke gevolgen voor bekostiging en het behoud van BRIN-nummers.
  • Onverwachte huisvestingskosten, ondanks meerjarenonderhoudsplannen.
  • Afhankelijkheid van tijdelijke subsidies en externe beleidswijzigingen (rijk en gemeenten)


Risicoprofiel
Basispakket

Excel-tabel

Stichting openbaar onderwijs Eemvallei educatie (STEV) Rekening Begroting Rekening
(X € 1.000) 2024 2025 2025
Balans
Eigen vermogen 2.289 2.185 nnb
Vreemd vermogen 8.467 8.510 nnb
Exploitatie
Omvang baten (excl. reserves) 20.544 19.993 nnb
Geraamd resultaat 211 -104 nnb
Bijdrage gemeente Baarn 0 0 nnb