Omschrijving (toelichting)
Het resultaat 2025 na bestemming
Het rekeningresultaat is € 1.042.220 positief. Het saldo van de begroting 2025 na wijziging op basis van de tussenrapportage en raadsvoorstellen is € 853.000 positief. Dit betekent dat er € 189.000 (per saldo voordelig) verklaard moet worden. Specifieke toelichting van de afwijkingen per programma is vermeld bij het onderdeel 'toelichting van baten en lasten'.
Het resultaat 2025 bestaat in hoofdlijnen uit:
Jeugdzorg (€ 1.300.000 nadelig)
In 2025 is het aantal kinderen dat specialistische jeugdzorg ontving buiten MetMaya volledig overgegaan naar MetMaya. Dit was een veel groter aantal kinderen dan verwacht. Dit heeft geleid tot een tijdelijke piek in het aantal jeugdigen dat binnen MetMaya zorg ontvangt. Daarnaast heeft MetMaya de opdracht gekregen om de wachtlijsten zoveel mogelijk terug te dringen. Dit leidt tot hogere uitvoeringskosten. Deze ontwikkeling past bij de fase van de aanbesteding en is ook zichtbaar in de rest van de regio. Bovendien is landelijk sprake van een stijgende trend in de kosten van jeugdzorg, onder meer door complexere en langer durende zorgtrajecten.
De toedeling van het taakgerichte budget dat MetMaya beheert, wordt mede bepaald door het daadwerkelijke zorggebruik per gemeente. Eind 2025 blijkt dat in Baarn meer jeugdigen zorg ontvangen dan begin 2025 werd verwacht. Op basis van deze realisatie is de verdeelsleutel voor Baarn, gebaseerd op de daadwerkelijke zorginzet en uitgaven, aangepast van 6,6% naar 7,6%. Dit is één van de oorzaken van de stijging van de kosten.
Eind 2025 is een extra nadeel van € 500.000 gemeld ten opzichte van de eerder geraamde bedragen. Dit betrof een inschatting van het contractbureau RISB. Uit de voorlopige eindafrekening van MetMaya, op basis van de daadwerkelijke kosten, blijkt dat daarnaast sprake is van nog eens € 800.000 aan hogere lasten. In de jaarstukken van de gemeente wordt een uitgebreidere analyse opgenomen.
De in de septembercirculaire ontvangen middelen voor jeugdzorg over voorgaande jaren (€ 748.000) zijn, overeenkomstig de toelichting bij de analyse van de septembercirculaire, toegevoegd aan de algemene reserve. Dit bedrag maakt daarom geen onderdeel uit van het rekeningsaldo 2025.
Pensioenvoorziening wethouders (€ 357.000 nadelig)
De pensioenvoorziening voor wethouders moest, met het oog op de overgang naar het ABP per 1-1-2028, aansluiten op het door het ABP gehanteerde dekkingspercentage (per december 2025). Dit heeft geleid tot een eenmalige aanvullende toevoeging van € 357.000.
Bijzondere bijstand (€ 325.000 nadelig)
Het aantal aanvragen voor de bijzondere bijstand is gestegen. De stijging is deels te wijten aan de toename van het aantal statushouders. De energietoeslag uit het verleden heeft geleid tot een stijging van aanvullende bijstandsaanvragen, vanwege het feit dat inwoners daardoor ook meer inzicht kregen in aanvullende mogelijkheden (zoals bijzondere bijstand).
Onderwijshuisvesting (€ 247.000 nadelig)
In de tussenrapportage zijn de budgetten voor de verhuizing Koningin Wilhelmina School (KWS) en Aloysius verlaagd met ieder € 100.000. Bij het opstellen van de tussenrapportage was een aantal extra onverwachte tegenvallers nog niet bekend. Deze bestaan uit:
- Sloop Poorthuis, opknappen van het naastgelegen gebouwtje. Bestrijding van Japanse Duizendknoop, meerkosten grondwerk, rookonderzoek, brandwacht en extra maatregelen vanwege bezwaren van omwonenden.
- KWS/Aloysius: verhuiskosten, opslag gymtoestellen, schoonmaakkosten, vergoeding gymlokaal, meerwerk aanpassingen aan het gebouw o.a. toiletruimtes en huur kerk. Door deze extra lasten bleek het grootste deel van de afgeraamde € 200.000 alsnog nodig.
- Marimba: in de raming voor tijdelijke huisvesting was de omzetbelasting niet geraamd. Deze is echter niet verrekenbaar, omdat er sprake is van onderwijsactiviteiten. De raming is overigens in de begroting 2026 gecorrigeerd.
Opvang vluchtelingen (€ 1.346.000 voordelig)
De toename van de inkomsten wordt veroorzaakt door de gestegen vraag naar ondersteuning van Oekraïense vluchtelingen. Per saldo is, net als in vorige jaren, sprake van een voordelig verschil tussen de lasten en rijksvergoeding.
Gemeentefonds (€ 169.000 voordelig)
De algemene uitkering is nagenoeg gelijk aan de raming. De decembercirculaire zorgt voor een gering positief verschil.
Stimulans Wonen (€ 644.000 voordelig)
In 2025 is een bedrag van € 0,64 miljoen van het Rijk ontvangen in het kader van "realisatiestimulans". Met deze nieuwe regeling ondersteunt het Rijk gemeenten bij het bouwen van meer betaalbare woningen. Dit bedrag is in 2025 niet besteed en daarom wordt voorgesteld dit bedrag, via de resultaatbestemming van het jaarrekeningresultaat, toe te voegen aan een voor dat doel in te stellen bestemmingsreserve.
Overig
De personele lasten (saldo salariskosten en kosten inhuur) zijn redelijk in evenwicht. Per saldo is er een klein nadeel van enkele tienduizenden euro’s. Over het algemeen is het effect van het scherper ramen ook terug te zien. Door het toepassen van zero based budgetting is de ruimte in de budgetten lager dan in andere jaren. De verwachting is dan ook dat de ramingen steeds dichter bij de realisatie liggen en dit is in 2025 zichtbaar geworden.
Investeringen
Van het geraamde volume aan investeringsbedragen in 2025 van € 9.400.000 is in 2025 € 4.100.000 besteed. De niet bestede investeringsbedragen betreffen voornamelijk MUOR (openbare ruimte) en vervanging van riolering. Het in 2025 niet bestede bedrag zal, samen met het Muor investeringsbudget 2026 volledig in 2026 worden besteed aan de projecten Vondellaan en Lage Vuursche.
Algemene reserve
De stand van de algemene reserve bedraagt op 31 december 2025 € 17.800.000. Ten opzichte van de stand op 31 december 2024 (18.300.000, inclusief het batig rekeningresultaat 2024) is dit € 500.000 lager.
Bij het vaststellen van de begroting 2025-2028 op 23 oktober 2024 is de motie 'begroting 2025-2028' aangenomen met als doel om het saldo van de algemene reserve in 2025 per saldo maximaal € 2.000.000 te laten dalen. Naar aanleiding hiervan is de raad in de vergadering van 29 januari 2025 een voorstel voorgelegd om diverse geraamde onttrekkingen aan de algemene reserve in 2025 ongedaan te maken. Resultaat was dat er een bedrag van € 2.900.000 aan onttrekkingen is geraamd ten opzichte van de oorspronkelijk geraamde onttrekking van € 4.200.000. Omdat er ook sprake is van toevoegingen aan de algemene reserve was de prognose dat de algemene reserve in 2025 per saldo met € 1.100.000 zou dalen. Per saldo is de algemene reserve in 2025 met € 500.000 afgenomen. Dit is dus binnen de marge van het raadsbesluit van 29 januari 2025.
Wel zijn de werkelijke onttrekkingen hoger, als gevolg van in 2025 genomen raadsbesluiten waar tot inzet van de algemene reserve werd besloten. Ook de toevoegingen waren hoger dan geraamd, vooral door het toevoegen van het positieve rekeningresultaat 2024. Overigens zijn de verwachte opbrengsten, zoals opgenomen in het raadsvoorstel d.d. januari 2025, voor bijvoorbeeld Montini nog niet gerealiseerd. Deze opbrengsten komen op een later moment alsnog binnen en kunnen dan worden toegevoegd aan de algemene reserve.
Financiële kengetallen
De schuldquote (schuld ten opzichte van de omzet) bedraagt op 31 december 2025 48,7% en is daarmee lager dan de streefwaarde van 100%. De solvabiliteitsratio (eigen vermogen ten opzichte van balanstotaal) bedraagt 24,9% en zit daardoor boven de streefwaarde (ondergrens) van 20%.
Terugblik vorige jaren
Ten opzichte van de vanaf 2022 gerealiseerde jaarresultaten (2022: € 3.150.000 positief, 2023: € 3.458.000 positief en 2024: € 2.717.000 positief) is het saldo van de jaarrekening 2025 minder positief. Wat opvalt is dat in alle genoemde jaren sprake was van hogere lasten dan geraamd voor jeugdzorg. Dit loopt op van € 0,8 miljoen in 2022 tot € 1,3 miljoen in 2024. Het feit dat er desondanks sprake was van positieve saldi heeft vooral als oorzaak de extra inkomsten algemene uitkering naar aanleiding van de decembercirculaire (in 2025 was dat een klein bedrag, de jaren daarvoor ging het om hogere bedragen). Daarnaast was er de afgelopen jaren sprake van een voordeel op de rijksgelden voor opvang ontheemden (Oekraïne). Ook in 2025 is sprake van een voordeel, maar dit is lager dan in voorgaande jaren. Tenslotte is ook het effect van het bijstellen (verlagen) van budgetten als gevolg van de zero based Budgeting merkbaar.