Doel: De OZB is een belangrijke bron van algemene middelen waar de gemeente een vrije bestemming aan kan geven. Heffing van OZB wordt geacht bij te dragen aan een goede lokale afweging tussen nut en offer.
De onroerendezaakbelastingen (OZB) worden geheven op onroerende zaken van eigenaren van woningen en niet-woningen en van de gebruikers van niet-woningen. De grondslag voor de OZB is de WOZ-waarde zoals die jaarlijks dient te worden vastgesteld conform de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De Wet WOZ gaat daarbij uit van de waarde in het economische verkeer. Die waarde komt overeen met de prijs die door kopers (de “vrije verkoopwaarde”) voor de woningen is betaald. Voor niet-woningen geldt eveneens de waarde in het economische verkeer. Deze wordt afhankelijk van het soort object bepaald middels voorgeschreven waarderingsmethodieken. Verder heeft alleen een inflatiecorrectie 2,6% plaatsgevonden op de geraamde opbrengsten.
Voor het belastingjaar 2023 geldt als waarde peildatum: 1 januari 2022. Het tarief is een percentage van de WOZ-waarde. Sinds 2017 is sprake van een positieve waardeontwikkeling woningen. Deze is voor de waardepeildatum 1 januari 2022 geschat op 15%. Voor de niet-woningen is naar verwachting sprake van een lichte stijging, waardoor wordt uitgegaan van een waardeontwikkeling van 1%.
De verandering in de tarieven wordt veroorzaakt door de verandering in de vastgestelde waarde. Voorbeeld: een gemiddelde waardestijging voor de woningen met 5% houdt in dat het tarief voor de woningen daalt om aan de geraamde opbrengst te komen. De tarieven voor 2023 in onderstaande tabel zijn voorlopige tarieven, op basis van de parameters zoals die op dit moment bekend zijn. In de raadsvergadering van december 2022 worden de belastingverordeningen behandeld, en de tarieven definitief vastgesteld.
Er wordt op dit moment volop ingezet om alle ingediende bezwaarschriften tegen de vastgestelde WOZ-waarde 2022 voor het eind van het jaar te hebben afgehandeld. Ten opzichte van 2021 is het aantal bezwaarschiften licht toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door de zogenaamde 'No Cure No Pay'- bureaus die een steeds groter aandeel hebben in het aantal bezwaren. Dit is ook de oorzaak van de toename van het aantal beroepschriften. Hierdoor is er tevens een stijging van de proceskostenvergoeding, wat inhoudt dat het tarief iets zal stijgen daar de perceptiekosten stijgen.