Doel: De OZB is een belangrijke bron van algemene middelen waar de gemeente een vrije bestemming aan kan geven. Heffing van OZB wordt geacht bij te dragen aan een goede lokale afweging tussen nut en offer.
De onroerendezaakbelastingen (OZB) worden geheven op onroerende zaken van eigenaren van woningen en niet-woningen en van de gebruikers van niet-woningen. De grondslag voor de OZB is de WOZ-waarde zoals die vastgesteld conform de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ). De Wet WOZ gaat daarbij uit van de waarde in het economische verkeer. Die waarde komt overeen met de prijs die door kopers (de “vrije verkoopwaarde”) voor de woningen is betaald. Ten opzicht van 2020 heeft alleen een inflatiecorrectie (1,5%) plaatsgevonden op de geraamde opbrengsten.
Voor het belastingjaar 2021 geldt als waarde peildatum: 1 januari 2020. Het tarief is een percentage van de WOZ-waarde. Sinds 2017 is sprake van een positieve waardeontwikkeling woningen. Deze is voor 2020 geschat op 8%. Voor de niet-woningen is nog sprake van een lichte positieve waardeontwikkeling van tussen de 1 en 2 %.
De verandering in de tarieven wordt veroorzaakt door de verandering in de vastgestelde waarde. Voorbeeld: een gemiddelde waardestijging voor de woningen met 8% houdt in dat het tarief voor de woningen met 8% zal dalen.
Alle ingediende bezwaarschriften tegen de vastgestelde WOZ-waarde zijn afgehandeld. Ten opzichte van 2019 is het aantal bezwaarschiften licht toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door de zogenaamde No Cure No Pay bureau’s. Dit is ook de oorzaak van de toename van het aantal beroepschriften. Hierdoor is er tevens een stijging van de proceskostenvergoeding, wat inhoudt dat het tarief iets zal stijgen daar de perceptiekosten stijgen.