Algemeen
Hierbij geven wij u een uiteenzetting van de tussenrapportage tot en met mei 2025. Op basis van deze tussenrapportage verwachten we een nadelig saldo in de jaarrekening van 2025 van € 54.000.
Met het maken van een begroting geven we sturing aan het uitgeven van de verschillende budgetten in relatie tot de te realiseren doelen. Daarbij proberen we de financiële ontwikkelingen zo getrouw mogelijk weer te geven, maar ontkomen we niet aan het maken van aannames. In deze rapportage geven we inzicht in de belangrijkste financiële en beleidsmatige afwijkingen en bijstellingen ten opzichte van de begroting 2025. Ook worden verdere relevante ontwikkelingen beschreven. Op basis hiervan maken we een (financiële) prognose voor het jaarrekeningresultaat 2025. Verder vindt u in de bijlage de tussenrapportage over het Sociaal Domein.
De ontwikkelingen, die in de tussenrapportage aan bod komen, hebben niet alleen financiële consequenties, maar zijn ook van invloed op het (dagelijks) leven van de inwoner van Baarn. Denk bijvoorbeeld aan de opvang van vluchtelingen en ontheemden, armoedebeleid, de Omgevingswet of het realiseren van integrale toegang.
De krapte op de arbeidsmarkt blijft onverminderd groot, waardoor het moeilijk is om de ontstane vacatures te vervullen. Het afgelopen jaar is de ambtelijke organisatie al op veel fronten versterkt met nieuwe medewerkers. Dat biedt perspectief als het gaat om het uitvoeren van plannen. Net zo belangrijk is dat met meer mensen ook achterstanden op verschillende onderwerpen in de organisatie opgepakt kunnen worden. De gemeente Baarn streeft ernaar om met behoud van eigen unieke kenmerken de taken voor de inwoners en ondernemers integraal en in onderlinge samenhang uit te voeren. Daarom investeren wij actief in het opleiden en begeleiden van nieuwe medewerkers. Dit kost tijd en geld.
De verbouwing van het gemeentehuis is in 2025 grotendeels afgerond. Inmiddels hebben PIT Baarn en vluchtelingenwerk hun intrek genomen.
Financiële uitdagingen
We worden in toenemende mate geconfronteerd met stijgende prijzen en beperkt aanbod - als gevolg van de arbeidsmarktontwikkelingen - bij de uitvoering van veel werkzaamheden en bij aanbestedingen, waardoor de uitvoering van ons beleid duurder wordt. Wij volgen de ontwikkelingen nauwgezet en proberen door slim in te kopen zoveel mogelijk binnen de bestaande financiële kaders te blijven of zo nodig bestedingen uit te stellen zonder de voortgang in gevaar te brengen. Ook de kosten voor zorg en welzijn blijven stijgen wat tot een extra financiële last voor de gemeente zorgt. Deze kosten zijn essentieel voor het bieden van adequate zorg aan onze inwoners en kunnen niet eenvoudig worden verminderd zonder de kwaliteit van de dienstverlening te schaden. Daarom moeten we binnen andere domeinen extra voorzichtig omgaan met onze middelen om de budgetten in balans te houden.
De economie laat nog steeds een bescheiden groei zien. De stijging van de koopkracht blijft in 2025 onverminderd voortgaan door de stijging van lonen en de daling van de inflatie. Ondanks de positieve ontwikkelingen blijven er tal van grote uitdagingen bestaan, zoals de betaalbaarheid van woningen, klimaatverandering, duurzaamheid, digitalisering en krapte op de arbeidsmarkt.
Een grote uitdaging wordt de financiële korting (= het Ravijnjaar), die vanuit het Rijk zal worden opgelegd. In eerste instantie was dit gepland voor 2026, maar in de Voorjaarsnota maakte het kabinet bekend dat het ravijnjaar is uitgesteld tot 2028. Hoewel er naast een aantal structurele middelen ook incidentele middelen zijn aangekondigd, welke gemeenten de komende jaren enige financiële verlichting moet bieden, staan er vanaf 2028 juist weer bezuinigingen op het gemeentefonds op de rol.
Verder staan de kosten van de jeugdzorg enorm onder druk. De uitgaven voor jeugdzorg zijn de afgelopen jaren flink gestegen door een toenemende vraag, terwijl de beschikbare budgetten minder hard groeien. Dit leidt tot zorgen over de betaalbaarheid en de continuïteit van de jeugdzorg. Vanuit de Voorjaarsnota van het Rijk ontvangen de gemeenten tot en met 2027 extra middelen voor de jeugdzorg. Vanaf 2028 wordt het juist veel minder. Het Rijk gaat ervan uit, dat de Hervormingsagenda Jeugd en nog een aantal aanvullende afspraken met de sector jeugdzorg, alsmede de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg, moet leiden tot besparingen en dat daarmee de balans weer op orde komt.
Bevriezing uitgaven gemeenschappelijke regelingen
Op 16 april 2025 heeft de raad de motie “Bevriezing uitgaven gemeenschappelijke regelingen” aangenomen en het college opdracht gegeven:
• uiterlijk het 2° kwartaal 2025 via deelname aan de betreffende algemene besturen of dagelijkse besturen in al onze gemeenschappelijke regelingen op proactieve en passende wijze te bepleiten:
o De groei van uitgaven minimaal wordt bevroren voor de begrotingen voor 2026 en 2027;
o Kostenstijgingen via separate voorstellen aan de deelnemende gemeenten (via DB/AB) ingediend moeten worden;
• zich in te spannen om alle gemeenten waarmee Baarn in een gemeenschappelijke regeling deelneemt ook te overtuigen van dit standpunt;
• aan de raad per afzonderlijke GR te rapporteren hoe de gesprekken verlopen zijn en wat de resultaten van die gesprekken zijn.
De motie vraagt om de groei voor uitgaven voor de begrotingen 2026 en 2027 te bevriezen. Het College interpreteert de motie, dat er alleen ruimte is voor stijging van de bijdrage aan Gemeenschappelijke Regelingen met CAO- en inflatiecorrectie. In de perspectiefnota is aangegeven dat dit voor 2026 moeilijk wordt, omdat de bijdrage aan de verbonden partijen op basis van de ingediende kadernota’s en begrotingen voor 2026 stijgt. Een bevriezing van de bijdragen in 2027 is voor Baarn uitgangspunt.
Door de betreffende portefeuillehouder is in het AB of DB de motie van de gemeenteraad van Baarn onder de aandacht gebracht. Ook zijn in de begrotingscyclus zienswijzen gecommuniceerd aan het bestuur van de GR-en. Door een aantal GR-en worden scenario’s uitgewerkt, waaronder de 0-lijn. Maar niet iedere deelnemer kiest voor de 0-lijn scenario. De raad heeft de mogelijkheid zienswijzen in te dienen op de kadernota’s en begrotingen van de GR-en en de samenwerking te zoeken met de raden van de andere deelnemers.
Ook in regionaal verband worden initiatieven ondernomen om gezamenlijk bij de GR-en aan te dringen op de inzet van besparingsmaatregelen. De kans dat alle Utrechtse gemeenten hierbij op 1 lijn komen te zitten achten wij klein.
Hieronder wordt per Gemeenschappelijke regeling (verbonden partij) uiteengezet op welke wijze aan de motie uitvoering is gegeven.
VRU
De gesprekken over bezuinigingen of bevriezen van uitgaven worden al een aantal jaren gevoerd bij de VRU. Bij elke kadernota of begroting van de VRU worden de raden meegenomen en wordt door bijna alle gemeenten, zo ook de gemeente Baarn, aangegeven geen extra investeringen te doen. Dat gebeurt ook niet, zonder dat de raden hierin mee worden genomen. Daarnaast zijn en worden verschillende webinars en bijeenkomsten door de VRU georganiseerd voor de raden waar aandacht werd gevraagd voor de financiële positie van gemeenten.
De VRU heeft sinds 2020 knelpunten en extra investeringen binnen de begroting opgelost. Van 2013-2018 is er ruim 5,3 miljoen bezuinigd. Dat is ruim 20% van de gemeentelijke bijdrage van € 75 miljoen (niveau 2013 excl. bezuinigingen).
RID
In de zienswijze op de jaarstukken 2024 van de RID (ingediend in mei 2025), is expliciet aangegeven dat de gemeente Baarn oproept tot het handhaven van de “0”-lijn:
• Beperking van de ontwikkeling van de RID tot de huidige propositie;
• Inperking van kostenstijgingen tot CAO- en inflatiecorrectie;
• Uitwerking van mogelijke besparingen in de meerjarenraming.
Deze lijn is ook genoemd in de reactie op de kadernota 2026 van de RID, waarin is benadrukt dat de RID:
• Binnen bestaande financiële kaders moet werken;
• Kostenbeheersing gewaarborgd moet worden;
• Geen autonome uitbreidingen buiten de huidige scope kan voorstellen, in afwachting van de uitkomsten van het strategietraject (DIP / stip op de horizon).
De uitwerking van deze zienswijze op de definitieve begroting 2026 van de RID sluit hierop aan, daar volgt het verzoek om:
• eventuele kostenstijgingen separaat aan gemeenten voor te leggen ter besluitvorming, en
• de groei van uitgaven te beperken tot een minimale (bij voorkeur nul) lijn.
Specifiek voor de komende jaren:
• De bijdrage van de gemeente Baarn aan de RID stijgt in 2026 met € 22.000 ten opzichte van 2025, een toename van 2,1%.
BBS
De motie is naar BBS gecommuniceerd.
In de kadernota 2026 werd kort beschreven dat er per 1 januari 2026 een nieuwe brede uitvoeringsorganisatie voor het Sociaal Domein in Baarn, Bunschoten en Soest wordt opgezet. Dit brengt veranderingen met zich mee in taken, personeelsbezetting en kosten. Omdat de besluitvorming hierover nog loopt, is dit niet verwerkt in de kadernota 2026. Wel wordt aangegeven dat de samenwerking binnen het Sociaal Domein wordt geïntensiveerd, met als doel problemen eerder te signaleren en efficiënter op te lossen. Daarnaast wordt er ingezet op digitalisering, automatisering en een efficiëntere werkwijze om kosten te besparen en de dienstverlening te verbeteren. In de kadernota worden diverse ombuigingen beschreven, het advies via zienswijze, is om een uitwerking hiervan op te nemen in de begroting 2026. Het college stelt de raad voor om ten aanzien van de kadernota 2026 BBS geen zienswijze in te dienen maar wel het verzoek om de bezuinigingsvoorstellen te verwerken in de begroting 2026.
De begroting 2026 voor BBS is opgesteld als vangnet, omdat nog niet zeker is of de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Eemkracht op 1 januari 2026 volledig operationeel is. De begroting laat zien hoe BBS de uitvoering van het sociaal domein in 2026 wil organiseren. De doelen en taken sluiten goed aan op eerdere afspraken, zoals de kadernota. De ontwerpbegroting 2026 van BBS laat een stijging van 4% zien, die wordt veroorzaakt door hogere lonen, meer aanvragen en extra inzet op taken, zoals zorgadministratie.
GGDrU
Elke vergadering van het Algemeen Bestuur GGD regio Utrecht wijst de wethouder Volksgezondheid op de noodzaak van bezuinigen. Ook in de concept reactiebrief op de ontwerpbegroting 2026 van 2 juli 2025 aan de GGDrU wordt de motie die door de raad op 16 april 2025 is aangenomen genoemd. Ook de andere 25 gemeenten die aan gesloten zijn bij de GGDrU wijzen er steeds op dat de gemeenten te maken krijgen met bezuinigingen vanuit het rijk en dat de GGDrU daarom in dezen haar verantwoordelijkheid moet nemen om in minimaal gelijke mate te bezuinigen. In het geval van Baarn is door een soberdere en goedkopere huisvesting van de jeugdgezondheidszorg al een structurele bezuiniging doorgevoerd.
RWA
De motie is naar RWA Amfors gecommuniceerd. De meerjarenbegroting is opgesteld in het licht van het lopende krimpscenario waarbij er geen nieuwe instroom van Wsw-medewerkers plaatsvindt. RWA/Amfors werkt tegelijk aan een toekomstvisie waarin het zich ontwikkelt tot een breed sociaal ontwikkelbedrijf, in samenwerking met de deelnemende gemeenten.
Amfors zal de komende jaren minder bijdragen aan het subsidieverlies van RWA. Daarnaast wordt het verlies van RWA steeds kleiner. Dit komt omdat de Rijkssubsidie naar verhouding langzamer daalt dan de loonkosten. Per saldo leidt dit tot een tot een forse daling van de gemeentelijke bijdrage. In 2028 is het Amfors resultaat naar verwachting negatief. Dan is een bijdrage aan het RWA resultaat niet meer mogelijk. Daarnaast wordt er via een project gewerkt aan 'Impuls sociale infrastructuur en toekomst sociaal ontwikkelbedrijf’, waarbij er tijdens het project in fase B (zomerperiode 2025) een financiële uitwerking wordt gemaakt.
RMN
Over dit onderwerp heeft eerder al overleg plaatsgevonden binnen RMN. Daarbij is afgesproken dat RMN geen wijzigingen mag doorvoeren die leiden tot kostenstijgingen. Alleen beleidskeuzes, die door de deelnemende gemeenten zelf worden gemaakt, kunnen tot een hogere kostenpost leiden.
• In de jaren 2024–2027 is sprake van een gematigde kostenstijging (gemiddeld ca. 4,7% per jaar) vanwege de verwachte loonindex.
• Gevolgd door een daling van € 49.000 in 2028.
• In 2029 blijft het bedrag stabiel.
RUD
Bij de aanstaande fusie van de RUD en de ODRU, per 1 januari 2026, hebben de deelnemers aangegeven de nullijn te hanteren voor de eerste ‘nieuwe’ begroting. De wijzen van werken van beide organisaties verschilden. Bepaalde diensten zijn bij de ene organisatie net iets duurder dan bij de andere. En andersom. Dat betekent, ondanks de nullijn, toch net wat aanpassingen in de begrotingen. Daarnaast zijn afgelopen jaar ook voor de medewerkers van de beide OD-en de CAO’s aangepast. Ook deze kosten worden doorberekend. In geval van Baarn betekent dit een kostenstijging van 3% - zie de ontwerpbegroting 2025 die in september van dit jaar in de raad is behandeld.
Ook voor de komende jaren is de nullijn het uitgangspunt. Of dit gerealiseerd kan worden is mede afhankelijk van kosten- en prijsstijgingen en eventuele nieuwe taken voortkomend uit nieuwe wetgeving.
Rechtmatigheidsverantwoording
Met ingang van 1 januari 2023 is de verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheidsverklaring verschoven van de accountant naar het college van B&W. Deze verklaring is voor het eerst opgenomen in de jaarrekening 2023. Via deze rapportage wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de relevante financiële regels binnen de gemeente. Tijdens dit proces (van interne controles en audits) hebben we waardevolle ervaringen opgedaan die ons inzicht hebben gegeven in onze financiële en operationele praktijken. Met de opgedane ervaringen zullen wij in 2025 onze procedures blijven optimaliseren en wordt de basis gelegd voor een nog efficiëntere en effectievere financiële verantwoording in de toekomst.