De voornaamste afwijkingen in programma 2 zijn de bekende afwijkingen, die ook in de perspectiefnota 2022 en de jaarrekening 2020 terugkomen.
Hogere uitgaven Wmo oud wordt opgevangen door vrijval van diverse budgetten
In de perspectiefnota 2022 is toegelicht dat de uitgaven voor de zogenaamde Wmo-oud voorzieningen in 2020 zoals Wmo huishoudelijke hulp, rolstoelvoorzieningen, woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen in 2019 en 2020 aanzienlijk zijn gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Dat effect komt ook terug in deze tussentijdse rapportage. Aan de andere kant werd deze overschrijding opgevangen door op andere budgetten minder uit te geven, zoals het budget peuterspeelzalen en uitvoeringsbudgetten sociaal domein. In de begroting 2022 wordt dit meer in evenwicht met elkaar gebracht.
Extra bijdrage van het rijk in 2021 dempt de verwachte overschrijding jeugdzorg
Onze verwachting voor de geleverde zorg Wmo nieuw en jeugd is gebaseerd op de eerste prognose die we van de regio hebben ontvangen. De prognose is gebaseerd op het beoordelen en prognosticeren van de betalingen per zorgaanbieder per gemeente/ perceel/ periode. Hier zitten aannames in over met name leveranciers die achter lopen met factureren, over herindicaties en beperkte dienstverleningsovereenkomsten. Voor Wmo verwachten wij op basis hiervan een stijging van € 96.000 en voor jeugd een stijging van € 534.000 ten opzichte van de begroting. In de totale overschrijding van de begroting met € 630.000 zijn de vereveningssleutels voor 2021 verwerkt. Hoe de verevening precies zal uitpakken voor Baarn is pas bij de vaststelling van de jaarrekening voor het eerst bekend. In onze begroting is geen rekening gehouden met het effect van de verevening. Daarom is deze ook meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en wordt in deze tussenrapportage voorzichtigheidshalve met hetzelfde bedrag rekening gehouden als over 2020.
In de eerste tussenrapportage verwachtten wij een incidenteel extra budget voor jeugdzorg. We stelden toen al dat een groot deel hiervan nodig zou zijn om het verwachte tekort op te vangen. In de meicirculaire zijn de extra incidentele middelen voor Baarn beschikbaar gekomen voor € 580.000. Dit is in z'n geheel nodig om het verwachte tekort op te vangen, waarbij we ook een beroep moeten doen op andere restantbudgetten binnen het programma.
Minder uitgaven voor de bijstandsuitkeringen
Net als bij de jaarrekening 2020 constateren we een voordelig effect van de bijstandsuitkeringen ten opzichte van de begroting. De lasten voor Baarn zijn voorzichtig in de begroting opgenomen, namelijk voor 107,5 % van de te ontvangen rijksgelden (BUIG-budget). Bij tussenrapportage 1 was de verwachting dat de uitgaven zich verhouden tot het BUIG-budget (100%). Bij tussenrapportage 1 hebben we het overschrijdingsrisico van 7,5% (€ 432.000) dat in de begroting is opgenomen vrij laten vallen. Bij tussenrapportage 2 verwachten we op basis van de actuele rapportages van BBS onder de 100% van het BUIG-budget uit te komen (extra voordeel € 145.000).
Hogere uitgaven lokaal team
Ten opzichte van de eerste tussenrapportage is er een overschrijding op het lokaal team van € 98.000. De overschrijding is ontstaan door noodzakelijke extra inhuur bij BBS in verband met langdurige ziekte en uitval van medewerkers.
Effect van de TOZO regeling
De TOZO regeling heeft een neutraal effect voor de begroting. Op basis van de huidige opgaven worden de baten en lasten in 2021 € 1.514.000 hoger.