Overige ontwikkelingen en risico's

In deze Perspectiefnota hebben wij het financiële effect van een aantal ontwikkelingen opgenomen. Daarnaast is er een aantal ontwikkelingen waarvan de financiële impact nog niet bekend is. Of waarvan het financiële effect pas kan worden bepaald na richtinggevende besluitvorming over die onderwerpen door de gemeenteraad.

  1. Vervallen incidentele budgetten. Omzetten naar structureel budget of stoppen activiteiten?

In vorige begrotingen is (nieuw) beleid in sommige gevallen bekostigd door inzet van incidentele middelen. Nu deze middelen vervallen stoppen in principe ook de daaraan gekoppelde activiteiten. Het is aan de nieuwe raad om te beslissen of hiervoor vanaf 2027 alsnog (structurele) budgetten in de begroting worden opgenomen.

Het gaat daarbij bijvoorbeeld om:

Cultuurcoach. Cultuur kan positief bijdragen aan het sociale welzijn van de samenleving. De cultuurcoach verbindt en versterkt niet alleen het culturele veld zelf, maar legt ook de verbinding met het sociaal domein, en heeft een specifieke aandacht voor jongeren. Zo wordt cultuurdeelname en onderlinge ontmoeting gestimuleerd onder alle Baarnse inwoners.  Zonder een cultuurcoach bestaat het risico op meer versnippering van het culturele veld, minder vernieuwing in het aanbod, minder promotie van cultuur(deelname) en minder verbinding met andere domeinen.

Buurtbudgetten. Via het project 'Baarn buurt mee' stellen we buurtbudgetten beschikbaar. Voor dit doel was in de begroting 2026 € 25.000 opgenomen. Vanaf 2027 is hiervoor geen budget meer geraamd.

2. Overige ontwikkelingen waarvan de financiële impact nog niet duidelijk is

Onderhoud openbare ruimte, Baarn staat voor grote vervangings- en onderhoudsopgaven in de openbare ruimte. Veel infrastructuur is verouderd en in het verleden zijn er onderhoudsachterstanden ontstaan. In meerdere mate vindt nu vervanging plaats in plaats van groot onderhoud. Tegelijkertijd nemen kosten, personeelsschaarste en extra (onvoorziene) opgaven toe, terwijl de beschikbare middelen beperkt zijn.

Daarnaast zorgen ongeplande werkzaamheden, regionale samenwerkingen (o.a. mobiliteit en netcongestie) en de bestrijding van de Japanse duizendknoop voor extra druk op budget en uitvoering. Dit leidt tot hogere projectkosten, meer reparaties, onvoldoende budget door prijs- en loonstijgingen. Ook ontbreken in sommige beleidsbudgetten de financiële gevolgen van regionale samenwerking.

Ook sluiten de beschikbare middelen voor onderhoud niet meer aan bij de actuele contractkosten. Door nieuwe aanbestedingen vallen de kosten hoger uit dan eerder geraamd. Om het beoogde beheer- en onderhoudsniveau te kunnen continueren is een budgetverhoging noodzakelijk. 

Om de opgaven beheersbaar te houden, wordt de raad gevraagd richting te geven door:

  • duidelijke prioritering, met veiligheid als hoogste prioriteit;
  • het bijstellen van ambities binnen veilige en technische grenzen;
  • kritisch om te gaan met nieuwe opgaven en waar mogelijk de omvang van het te onderhouden gebied (areaal) te verkleinen;
  • heroverweging van financiële kaders, inclusief mogelijke structurele budgetverhoging of het aanpassen van onderhoud aan het bestaande budget;
  • keuzes te maken over aanvullende, niet-begrote opgaven vanaf 2027.

Veerkracht en weerbaarheid . We werken aan een plan om de veerkracht en weerbaarheid van de lokale samenleving en de eigen organisatie te versterken. Op die manier bereiden we onszelf voor op langdurige en grootschalige crisissituaties. We maken de rol van de gemeente Baarn scherp en formuleren concrete acties en beheersmaatregelen. Dit moet onderdeel worden van de reguliere werkzaamheden van de gemeente en van het reguliere leven van inwoners. Om het plan goed te borgen binnen de gemeente en de samenleving wordt tijdelijke capaciteit ingehuurd. Vooralsnog is er geen structureel financieel effect.

Het IHP (Integraal Onderwijshuisvesting Plan) beschrijft de investeringen die noodzakelijk zijn voor de wettelijke taak: adequate huisvesting voor Baarnse scholen. De uit te voeren investeringen op basis van het huidige IHP zijn tot en met het jaar 2029 in de begroting opgenomen. De actualisatie van het IHP wordt in 2026 ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd.  

Onderhoudskosten De Speeldoos. In de begroting 2026 is (in het jaar 2028) een investeringsbedrag opgenomen voor De Speeldoos. In afwachting van besluitvorming is er vanaf 2027 geen rekening meer gehouden met lasten van groot onderhoud. Tot en met 2030 kunnen de kosten oplopen tot totaal € 1 miljoen. Dit aspect wordt betrokken bij de verdere uitwerking en afwegingen omtrent de toekomst van De Speeldoos.

Eemkracht bevindt zich in 2027 in de overgang van organisatieopbouw naar een stabiele en volwassen uitvoeringsorganisatie in het sociaal domein. Dit vraagt structureel om voldoende personele capaciteit, een solide bedrijfsvoering en een toekomstbestendige ICT- en informatievoorziening. Deze structurele basis is nodig om de wettelijke taken betrouwbaar en met voldoende kwaliteit te kunnen blijven uitvoeren.

Daarnaast zijn er incidentele behoeften, samenhangend met de doorontwikkeling van de organisatie. Denk aan verdere harmonisatie van werkprocessen, organisatieontwikkeling, ICT-transitie en de implementatie van nieuwe wet- en regelgeving. Hiervoor zijn tijdelijke en gerichte investeringen nodig. In overleg met  Eemkracht bepalen we welke financiële middelen – zowel structureel als incidenteel – hiervoor noodzakelijk zijn en hoe deze passen binnen het meerjarig financieel perspectief van de gemeente.

Aantrekkelijk werkgeverschap in een krappe arbeidsmarkt. Als kleine gemeente is het in de huidige krappe arbeidsmarkt lastig om aantrekkelijk te blijven voor (nieuw) personeel. Een beperkte personele capaciteit leidt tot hogere werkdruk, vertraging in de uitvoering en verlies van kennis door verloop. Voor een gezonde en stabiele organisatie is het binden en boeien van medewerkers cruciaal. Met de implementatie van ons strategisch ontwikkelplan spelen we in op toekomstige ontwikkelbehoeften van onze organisatie.  

Om dit toekomstbestendig te borgen is een structurele investering nodig voor het aanpassen en uitbreiden van de arbeidsmarktstrategie- en communicatie, het inzetten van assessments in het werving & selectietraject en het optimaliseren van het verzuimmanagement.

Structureel budget Leren & Ontwikkelen. De gemeente Baarn heeft de ambitie uitgesproken zich te ontwikkelen tot opleidingsgemeente. Ook hiermee geven wij blijvend invulling aan aantrekkelijk werkgeverschap. Met het juiste aanbod aan leermogelijkheden kunnen we ontwikkelmogelijkheden op elk niveau bieden en zijn we een werkgever om voor te willen blijven werken. Voor Leren & Ontwikkelen willen we jaarlijks 2% van de loonsom beschikbaar gaan inzetten. Dit komt neer op € 330.000.

Pensioen. De komende jaren gaan meerdere medewerkers met pensioen. Om een beeld te geven: van 2027-2029 gaan er 13 medewerkers met pensioen, van wie 8 in 2029. In 2026 gaan we in kaart brengen wat er nodig is voorwerving & selectie, (kennis)overdracht en borging van continuïteit van werkzaamheden . Op basis daarvan kunnen we een plan maken en beoordelen of hiervoor een structureel bedrag nodig is. .  

Sport. De uitvoering van de Toekomstvisie De Geerenweg moet nog plaatsvinden. De denkrichting "Open beweeg- en sportgebied" uit de toekomstvisie is medio 2026 uitgewerkt in een toekomstschets. De daarbij behorende investeringen leggen we aan de raad voor bij de begroting 2027-2030.

 

3. Risico's

Naast de al in de begroting 2026-2029 opgenomen risico's (in de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing) kunnen zich ook risico's voordoen bij:

1.   Baarnsche Zoom.  De verkoopopbrengst van Baarnsche Zoom mag vanuit voorzichtigheidsprincipe niet worden meegenomen in de begroting. Doordat de opbrengst in delen financieel wordt gerealiseerd is er voorfinanciering van bijkomende kosten nodig zoals (externe) personeel dat zich bezighoudt met de voorbereiding. Daarnaast zijn er op termijn aanpassingen en structureel onderhoud aan de infrastructuur benodigd. 

2.   Ombuigingen. Het niet realiseren van voldoende structurele ombuigingen zoals deze al in de begroting 2026-2029 zijn ingeboekt leidt tot tekorten in de begroting.  Gebleken is dat een deel van de ombuigingen in 2026 niet haalbaar is. Daarvoor moeten alternatieve ombuigingen worden geformuleerd.

3.   Geo politieke ontwikkelingen leiden tot risico's op hogere prijzen van gas, elektra, materialen en kunnen ook leiden tot hogere rente voor het lenen van geld om de geplande investeringen te financieren.

4. Onzekerheid over Specifieke Uitkeringen (Spuks), onzekerheid over de duur en hoogte van specifieke uitkeringen leidt er toe dat het voor de gemeente lastig is om te bepalen of  voor het uitvoeren van de aan deze uitkeringen gebonden specifieke taken tijdelijke of vaste formatie/budgetten moeten worden vrijgemaakt. De tijdelijkheid van dergelijke regelingen kan vele jaren bestrijken. Een voorbeeld hiervan is:

Voorveld, sociale basis en preventie. Binnen het voorveld, de sociale basis en het preventieve welzijnswerk bestaat een belangrijk risico door de inzet van incidentele rijksmiddelen. Stichting Pit Baarn ontvangt onder andere de afgelopen jaren tijdelijk rijksgeld via subsidies die gericht zijn op het versterken van de sociale basis en het bevorderen van de beweging van zware naar lichtere vormen van ondersteuning. Met deze middelen is ingezet op preventie, vroegsignalering en laagdrempelige ondersteuning, waarmee juist wordt voorkomen dat inwoners te laat in beeld komen en instromen in zwaardere, duurdere (jeugd)zorg. 

Deze incidentele financiering heeft het mogelijk gemaakt om nieuwe werkwijzen te ontwikkelen en de rol van het welzijnswerk in het voorveld te versterken. Het risico is echter dat deze gewenste en noodzakelijke beweging stagneert zodra de tijdelijke middelen wegvallen. Zonder voortzetting van deze inzet bestaat het reële risico dat opgebouwde preventieve capaciteit verloren gaat, positieve effecten niet structureel worden geborgd en de druk op zwaardere zorg opnieuw toeneemt. Dit staat haaks op de beleidsdoelen binnen het sociaal domein en leidt naar verwachting tot hogere maatschappelijke en financiële kosten op de langere termijn.